^


Bekijk de nieuwe site van de Meander Klassiekers


Meander
 http://meander.italics.net
 literair  magazine
Extra editie * 5 mei 2003 * normale edities verschijnen om de twee weken 
 meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook 


hoodprijs proza * hoofdprijs poëzie * troostprijzen poëzie * troostprijzen proza * colofon 
Wedstrijd


Toen we enkele maanden een oproep lanceerden voor een erotische verhalen- en gedichtenwedstrijd, wisten we niet dat onze lezers zo begaan waren met het onderwerp. Gedurende enkele maanden werden we overspoeld met niet minder dan 161 gedichten en 55 verhalen.
Ik deed een zijden pyjama aan, stak een kaars aan en trok me terug onder de ganzendons met de 'prozaïsche' oogst. Het werd moeilijk. Samen met mijn collega Elly hield ik er (weliswaar niet in dezelfde ruimte) slapeloze nachten aan over. We kregen al snel een overzicht van verschillende schrijfstijlen, die varieerden van niet-erotische verhalen tot pareltjes waar de tenen bij krulden.
Uiteindelijk werd een selectie van vier verhalen voorgelegd aan de volledige redactie. De meningen liepen sterk uiteen. Lobbygroepen werden gevormd voor deze of gene tekst. Nachtelijke vergaderingen werden gestaakt toen iedereen in slaap viel, maar tenslotte kwam Paul Bersee als schrijver van het beste verhaal uit de bus.
(Yves Joris)



Hoofdprijs proza

Vergeten

Paul Bersee

Zij zijn gelukkig glad vergeten wie ze is. Op een zaterdagmorgen bekijken mijn ouders aandachtig de uitnodiging en denken lang na over een gezicht dat bij de afzender kan passen. Dat zij daarin niet lijken te slagen is niet zo verwonderlijk, omdat zij gedurende een kwart eeuw tientallen Utrechtse studenten van een tijdelijk onderkomen op hun zolderetage hebben voorzien.
Mijn moeder laat mij de brief zien. 'Toeska,' staat er onderaan de brief. Toeska.
'Weet jij dan niet wie die Toeska is, jongen?' vraagt ze bijna wanhopig.
Ze leest de laatste zin nog een keer hardop voor: 'Lieve mensen, kom dus alsjeblieft op mijn eerste expositie van tekeningen, houtskoolschetsen en schilderijen, want zonder jullie zal het voor mij niet compleet zijn. Ik heb zoveel aan jullie te danken en ik heb zo veel van jullie geleerd. Jullie Toeska.'
'Maar misschien is het geen student of heeft ze de verkeerde hospita voor ogen', mompelt mijn vader.
Daar neemt moeder geen genoegen mee.
'Júllie Toeska' staat er nota bene en we weten niet wie zij is! Wij zijn natuurlijk een tussenstation voor veel studenten geweest en we kunnen het onszelf niet kwalijk nemen dat er een keer een student uit het geheugen verdwijnt. Van veel studenten hoor je trouwens nooit meer iets. Maar dit is toch te gek. Denk jij ook eens na, Jonathan. Goed nadenken. Wie is die Toeska?'
Ik hoef niet na te denken. Het zweet staat in mijn handen en vloeit uit mijn oksels langs mijn lichaam. Mooie en meedogenloze Toeska. Als ze haar lange gitzwart geverfde haar in je soep doopte, wist je dat je aan vergiftiging ging sterven. Ze was twintig toen ze bij ons op zolder kwam wonen en ik was vijf jaar jonger. Nu vijf jaar geleden. Hoewel ze psychologie studeerde, was ze veel meer bedreven in acteren. Leren hoe zij mensen kon manipuleren was voor haar de grootste drijfveer om colleges en werkgroepen te volgen en zeker niet om mensen te helpen, zoals ze mij eens fijntjes toevertrouwde.
Terwijl mijn ouders in de huiskamer voor zich uit staren en mijn moeder steeds vaker en fanatieker op haar onderlip bijt, realiseer ik mij pas goed dat mijn ouders onder geen beding de tentoonstelling van Toeska mogen bezoeken.
'Ik heb geen idee, hoor,' zeg ik en probeer met een achteloos wegwerpgebaar mijn woorden overtuigingskracht mee te geven. 'En het zal wel zo zijn wat pa zegt, dat die meid een andere hospita in gedachten heeft. Vergeet het toch en laten we liever nog wat lezen voordat we gaan lunchen.'
Er klinkt geen protest. Ik neem de ochtendkrant en veins een interesse in het nieuws.
Het wordt stil in de kamer en ik kan de stem van Toeska horen op de gang. Van de studenten die voor en na haar op zolder woonden heb ik mij weinig aangetrokken, maar dat meisje, deze wonderlijke verschijning trok mij mateloos aan en wekte tegelijkertijd afschuw op. Na een vluchtige ontmoeting bij de voordeur, waarbij zij mij met een afwerende blik bekeek, werd ik bevangen door een bijna onbeheersbare behoefte haar te willen behagen. Ik zou niet weten hoe dit gevoel non-verbaal weer te geven, maar zij begreep het feilloos want ze zei:
'Als je lief bent en doet wat ik zeg, mag je morgen om drie uur op mijn kamer komen.'
Slechts die opmerking. Een bevel eigenlijk. Ze vroeg zich niet af of ik de behoefte had om langs te komen noch of ik al een afspraak had staan. Ze wachtte mijn reactie niet af en verdween over de gestoffeerde treden naar buiten. Ik was verheugd, dan weer verbaasd en een kwartier later was ik bang voor morgen, bang voor de ongenaakbare Toeska..
Mijn vader zit in zijn fauteuil te dommelen en mijn moeder kijkt met een nijdige blik in haar boek. Ze houdt stug vol elk gebied in haar eindeloos groot geheugen consciëntieus uit te kammen. Maar Toeska geeft zich niet bloot. Ik sla ostentatief een bladzijde van de krant om.
Op de afgesproken tijd, op de seconde nauwkeurig, klopte ik twee maal op de deur die toegang gaf tot de zolderetage. Stilte...
Weer klopte ik twee maal, nu iets harder.
'Rot op!' riep een scherpe jonge vrouwenstem.
Ik keerde direct om en schrok toen de deur plotseling met een woeste ruk werd opengetrokken.
'O, ben jij het,' lachte de studente. Ik grijnsde onnozel.
'Kom maar binnen, hoor. Ik bijt je niet, tenzij je dat graag wilt.' Vriendelijk maar beslist duwde ze mij haar kamer in. Ik schrok van de bende in haar kamer. Overal lagen kledingstukken en vellen papier en de vloer lag vol boeken. Er stond geen enkele kast in de ruimte. Het onopgemaakte ledikant lag vol met kwasten, papier en tubes verf. In het midden van de kamer stond een schildersezel.
'Let vooral op de rommel, anders breek je je nek,' lachte ze. 'Wat kom je eigenlijk doen?' Haar oogleden waren overdadig opgemaakt. De dunne lippen waren net zo zwart geverfd als het steile haar dat op haar schouders viel. In haar nipt geopende mond glinsterde een ranke roze tong. Wat kwam ik doen? Wat komt een onzekere puber doen in het domein van een gerijpte studente die met schalkse blikken een overvloed aan hormonen laat koken en het met dons bedekte pubervlees laat trillen.
Ik zweeg en maakte daarmee onmiskenbaar duidelijk aan de psychologiestudente dat zij als een meesteres over mij kon beschikken.
'Jij heet Jonathan, is het niet?'
Ik knikte en ontweek haar blik.
'Schilder jij?' vroeg ik en wees naar de schildersezel die als een monument in de kamer stond. Geduldig en lief vroeg ze:
'Kijk eens, Jonahan. Wat vind je hier van?' Ze liep naar een vel papier waarop een naakte vrouw was geschilderd en hield het omhoog.
'Dat ben jij,' zei ik.
'Ja, maar wat vind je er van?'
'Ik weet niet, het is... mooi... Prachtig.'
'Maar nog niet af. Kom de volgende keer weer kijken. Ik ga er nu mee verder en ik wil geen pottenkijkers. Ook jij niet, Jonathan.'
Langzaam liep ik naar de deur. Ik hoorde dat zij haar riem losmaakte en uit haar broek stapte. Ze riep toen ik de deurgrendel in mijn hand had:
'Morgen verwacht ik je om drie uur hier! Trek de deur goed achter je dicht!' Een rood slipje gleed langs haar lange benen.
De volgende dag stond ik braaf voor de deur. Toen die openzwaaide zag ik dezelfde rommel op de kamer als een dag geleden. Dit keer mocht ik op de rand van haar bed zitten en Toeska zelf nam plaats op de enige stoel in de kamer.
'Je hebt helemaal geen kasten,' merkte ik voorzichtig op.
'Ik ben met weinig tevreden. Al die ballast die je in je leven mee moet slepen, dat is toch niks. Ik blijf niet graag lang op dezelfde plek, want ineens begint het weer te knellen. Hoe oud ben jij, Jonathan?'
'Vijftien.' Mijn stem sloeg knullig over.
'Ik ben inmiddels twintig en straks ben ik veertig. Daar word ik heel onrustig van. Ze stond ineens op en wees naar het papier met het naakte zelfportet.
'Ik heb er niet meer aan gewerkt. Kom eens hier.' Ik gehoorzaamde en aandachtig woelde ze met haar hand door mijn haar.
'Vijftien jaar, een koter,' fluisterde ze. Het geschilderde naakte lijf met de lange benen was verleidelijk als een vers gebakken broodje. Haar borsten pronkten fier en vol. Het leek of uit de gezwollen, lichtbruine tepels doorzichtige druppels melk vloeiden.
'Morgen wil ik je niet zien. Kom volgende week zaterdag om zeven uur 's avonds.'
Ik kwam haar twee dagen voor de afspraak tegen in de vestibule. Ze negeerde me.
Eindelijk was het zaterdagavond en gespannen stond ik voor haar deur. Nog voor ik kon kloppen stond Toeska met een gulle lach in de deuropening. Ze droeg een korte zwartfluwelen jurk, rode nylons en glimmende, zwarte enkellaarsjes. Het was alsof ze werd verwacht op een studentengala. Ik keek met afgunst naar mijn ongepoetste schoenen en slonzige broek.
'Jonathan, lieve jongen, kom binnen.' Ze pakte mijn handen stevig vast en kuste vluchtig mijn droge lippen.
'Vanavond ben je mijn model, tenminste, als jij je goed gedraagt.'
Ze trok me naar het ledikant, griste kleren en dekens van het matras en wierp het achteloos op de grond. Ik keek naar de schildersezel in het midden van de kamer en zag daar talloze verftubes, potjes en kwasten liggen.
'Kleed je vast uit en als je klaar bent kun je op het matras poseren. Ik maak eerst wat houtskoolschetsen van lichaamsdelen. Niet zo treuzelen, Jonathan.'
Dit beviel mij niet: Toeska in galakledij en ik naakt op het bed. Ik protesteerde:
'Ik weet niet of ik dit...'
'Jonathan, o Jonathan,' lispelde ze en woelde sloom met beide handen door mijn haar. Met een laatdunkende grijns staarde zij mij aan.
'Jij weet het vast niet, maar ik weet het wel. Ik wil geen tegenwerking van jou, groen puberjochie. En ik weet dat jij voor mij je best zult doen. Houd dan je mond, doe wat ik van je vraag en ga als de sodemieter uit de kleren en klim op dat nest.'
Bang dat zij mijn haren met een ferme beweging uit mijn schedel zou rukken, volgde ik gedwee haar bevelen op.
'Goed zo, jongen. Probeer niet te bewegen. Ik heb er zin in vanavond.'
Geconcentreerd ging ze aan de slag. Eerst met houtskool en vervolgens met kwast en verf. Ik moest poseren op mijn knieën, op mijn buik, op mijn rug, zittend, hurkend en tenslotte met mijn rug en billen naar haar toe gericht. Haar kleren en schoenen kwamen onder de verf. Ze zag er uit alsof ze door een horde wilde patronen was ontgroend.
Hoewel ik bang voor haar was, vond ik het ook vleiend en opwindend om haar naaktmodel te mogen zijn. Bovendien kon ze er echt wat van. Zonder twijfel kon je mij in de naakte afbeeldingen herkennen, ook al waren het dan volgens haar oefeningen om haar techniek verder te kunnen ontwikkelen.
Meerdere zaterdagavonden volgden en ik groeide in mijn rol als naaktmodel. Ontspannen, bijna zelfverzekerd, poseerde ik naakt op het bed.
De laatste keer dat ik bij haar op de kamer was, had ze inmiddels een indrukwekkende collectie van naakttekeningen en naaktschilderijen van mij verzameld. Ze was dit keer helemaal in het rood gekleed: jurk, nylons en laarsjes. Ik moest mijn lichaam strekken en met mijn armen naar het plafond reiken. Het was een zeer inspannende houding en het kostte mij veel kracht om dit vol te houden.
'Het moment is gekomen, Jonathan.'
Ik wist niet waar ze op doelde.
'Ik ga hem schilderen. Ik ga je stoere, stijve spierbundel met glanzende kop schilderen.' Mijn geslacht hing ontspannen tussen mijn benen omdat dit nu eenmaal bij mijn rol als naaktmodel hoorde. Ze liep naar me toe en streelde zacht mijn voeten. Ze aaide mijn kuiten, danste met haar vingers over mijn dijen en billen. De hand verdween tussen de billen en ik voelde haar nagels kriebelen tegen mijn anus. Ze wilde met een vinger binnendringen, maar ze bedacht zich. Zacht streelde ze mijn scrotum, kneedde vaardig de ballen met een hand en liet mijn geslacht steigeren als een losgebroken hengst. Ze kwam voor mij staan en pakte mijn erectie met twee handen vast. Haar ogen leken van gulzigheid uit de kassen te vallen. Traag opende ze haar mond en een natte tong raakte de overvolle, paars gekleurde eikel. Ik sloot mijn ogen en voelde hoe haar lange tong zich als een slang om de penis kronkelde.
'Hij is prachtig,' hijgde Toeska, 'Zo heerlijk maagdelijk, onschuldig, maar gespierd. Oh, Jonathan, ik zou niets liever willen dan hem in mijn mond voelen trillen, voelen schokken als het zaad in mijn mond spuit. Maar eerst aan het werk.'
Ze was een uur volledig in trance. Soms keek ze op van het papier, pufte en zuchtte diep. Ze snauwde dat ik meer mijn best moest doen om mijn geslacht overeind te houden. Als dit dreigde te mislukken kwam ze naar mij toe gesneld en streek ze hijgend met een schone kwast mijn lid stijf.
Eindelijk riep ze dat ik mocht komen kijken. Uitgeput stond ze te tollen op haar enkellaarsjes.
Ik probeerde van het bed te stappen, maar krachteloos zakte ik door mijn benen.
'Prachtig, Jonathan, een schitterend slottafereel,' juichte Toeska met een grimmige grijns op haar melkwit gezicht.
En ik lag daar op het versleten tapijt; hulpeloos naakt met verslapt lid, verkrampt, gekwetst door haar hoongelach.
Ze liet mij het portret zien en ik begreep het niet.
'Maar dat is jouw naaktportret,' stamelde ik, 'Met een erectie tussen je benen? Dit is verschrikkelijk! En waar ben ik dan?' De schok maakte mij brutaal.
'Jesses, klootzak! Is dat waar jij je druk om maakt? Dat het pubermannetje er niet op staat?'
Ze hijgde, maar kalmeerde zichtbaar en ze wilde mij zelfs overeind helpen. Ik weigerde. Ze was gek en mocht mij niet aanraken. Zo snel als ik kon kleedde ik mij aan.
'Volgende week wil ik doorgaan met mijn serie naaktportretten en dan verwacht ik je op dezelfde tijd,' zei ze streng.
Zonder te antwoorden maakte ik mij uit de voeten en ik wist zeker dat ik mij hier niet meer zou laten zien.
Ik ontweek haar zoveel mogelijk, maar kwam haar op een middag tegen op de trap. Passeren was alleen mogelijk als ik het haar zou vragen. Ik zweeg en keek toe. Ze zat daar rustig een banaan te schillen, stak de banaan in haar mond, draaide hem rond en had de vrucht veranderd in een penis. Met een allerliefste glimlach keek ze mij nu aan en hapte met leedvermaak de eikel van het lid af.
Zes weken later was de mooie en meedogenloze Toeska vertrokken en betrok een biologiestudent de zolderetage.
'Toeska!' gilt mijn moeder door de huiskamer.
Vader en ik schrikken op uit onze overpeinzingen.
'Ik weet het weer! Ineens weet ik het weer,' juicht ze en springt door de huiskamer als een uitgelaten jonge meid. 'Het was dat onzichtbare meisje met zwart geverfde haren. Een lieve meid, denk ik. Ze betaalde op tijd en van overlast kan ik mij niets herinneren. Toeska. Weten jullie dat dan niet meer? Al goed, ze bleef niet lang. Kunstenares. Toe maar. Zo zie je maar: stille waters hebben diepe gronden. Dat is eindelijk opgelost. Ik ga de tafel dekken voor een boterham.'
Opgelucht huppelt ze weg en vanuit de keuken roept ze:
'Volgende week zaterdagavond om zeven uur. Dan gaan we naar die expositie. Wie weet wat voor prachtige kunstwerken we daar te zien krijgen. Jonathan, dat is voor jou ook wel eens goed, zo een uitje. De laatste tijd zie je toch al zo witjes.'


***


Er zijn niet minder dan 161 erotische gedichten ingezonden. Erotische? Opvallend is, dat de opvattingen over wat nu eigenlijk 'erotisch' is, nogal uiteenlopen. Er zijn heel romantische (en mooie) liefdesgedichten, die nauwelijks of niet iets erotisch in zich hebben. Daar tegenover zijn er gedichten die tegen het pornografische aanhangen en die desondanks, of misschien zelfs dientengevolge, totaal niet erotisch werken. Maar in het algemeen moet worden gezegd, dat de meeste inzendingen voldeden aan de eisen die we aan een erotisch gedicht mogen stellen. Waarbij wel de poëtische kwaliteiten sterk uiteen liepen.
Als 161 gedichten moeten worden beoordeeld om tot het uitroepen van een winnaar te komen, is er niet aan te ontkomen dat er een 'vergelijkend onderzoek' ontstaat. Met andere woorden: een gedicht dat in een andere context misschien niet als zeer goed zou opvallen, kan er nu positief uitspringen. Waarmee niet is gezegd, dat de prijswinnaars slechte gedichten zouden hebben gemaakt, nee, de kwaliteit van de 'top' is goed. En wie de maker of maakster is van één van de drie beste gedichten van 161, verdient hoe dan ook een compliment. En een prijs natuurlijk.
(Hans Hamburger)



Hoofdprijs poëzie

Jan Doornbos

Bliksembezoek

Zij is een amazone zonder
hoofd. Haar rechterhand omklemt
het zwaard, haar vingers flirten
met de dood. Haar lichaam is
genadebrood. Haar tenen zijn van
suikergoed. Haar benen bidden
wees gegroet.

In je woning woedt er brand.
Haar vuur likt aan je stenen
huid, van binnenuit, tot muren
barsten en de vloer zich opkrult
als een krant. De fundamenten bloot.
Dit is de essentie, fluistert zij,
de waarheid, de leugen zo je wilt:
een voetstap in het zand.

Nog dagenlang hoor je het
hijgen, het kreunen van de dood,
het hoefgetrappel van haar paard.
Een windvlaag is haar ademstoot.
De zon hangt aan een zijden draad.




Troostprijs poëzie

Kees Godefrooij

Bezoek

Ze zit aan tafel in hun huis
gevaarlijk spel verleidt z'n hand
een zacht gezwijg onwillig kuis
en plots het vallen van de krant

ze houden koortsig bonkend stil
bewegen ritmisch langzaam traag
het is de lust die hen dan wil
ze veren op en weer omlaag

als aan het lendenvuur verplicht
dat door zijn strelen wordt gevoed
dringt zich een blos op haar gezicht
die aan de stervenszucht voldoet

z'n briesend woord, want ongezegd
dat door haar wenden wordt gevoed
klinkt in het ruisen langs de Vecht
melancholiek en onvermoed

het valt hun dartel zwenken zwaar
als dan de strijd weer lijkt beslecht
het is de prooi een krijger naar
tot in het hoogst genot geknecht.



Troostprijs poëzie

Wout Joling

Moment suprème
ik twijfel er niet aan
met lef heb ik je liever
beet bijt ik je
gehaakt gehaaid slapend
als een gladde schouder onder laken
onder handen onder onverstaanbaar grazen
hoor je me hijg je me
boven op het zweet van de graagte
op het blank roze blank bleke bed
net als eten
net als roepen van de flat
je zet je mond open als een lepel en je roept me
je roept me waar ik nooit dichterbij
je achterover buigende kaaklijn ben gekomen
waar ik nooit dieper dan voorbij
je roetzware ogen kijk en je liever heb
liever nergens aan je meer dan twijfel
al is het maar aan het moment
dat je losraakt
me zachtlippig aan je klemt





Troostprijs proza

De man die vrouwen opende

Jaap Boekestein

Het was een van die ideeën die op een redactievergadering geboren werd. Wie er precies mee kwam, wist Jennifer niet meer. Misschien was het Marloes, of misschien Elaine. Het zou zelfs Daniëlla, de hoofdredactrice, geweest kunnen zijn. Maar plotseling was het er op een dinsdagochtend tussen de bekertjes koffie en de notitieblokken: een artikel waar twintig vrouwen op een openhartige, sexy en warme wijze vertelden wie hun beste minnaar was, en vooral wáarom.
'Dat wordt het tweede hoofdartikel voor het herfstnummer,' besloot Daniëlla. 'Lukt dat Jen?'
Jennifer deed in gedachten een vlugge rekensom. 'Geen probleem.'
'Goed! Het volgende punt...'
Jennifer schreef in haar notitieblok: 'superminnaars, 20'. Ze onderstreepte de 20 en kon het niet nalaten er een paar hartjes bij te tekenen.

Een opzetje voor het artikel was gemakkelijk genoeg. Anonieme interviews - alleen voornamen en woonplaatsen - van honderdvijftig tot driehonderd woorden. Wat gehighlighte quotes en sfeervol fotostockmateriaal erbij, en klaar. Makkelijk, overzichtelijk en vergelijkbaar. Precies zoals de lezeressen het wilden hebben.
Het was ook niet moeilijk om aan de vrouwen te komen. Waar vond je hippe, vlotte, moderne, goedgeklede, onafhankelijke, slimme, jonge dertigers met smaak en een carrière? In je eigen vriendenkring natuurlijk. Een paar hartsvriendinnen, wat vrouwen van de sportschool, een paar van de club, vriendinnen-van-vriendinnen. Jennifer had er zo twintig die hun verhaal wel kwijt wilden. Ze besloot er een stuk of dertig te doen zodat ze keuze in haar materiaal had.

Het was bij het elfde interview dat Jennifer voor de tweede maal de naam van Poul hoorde.
'Poul was zonder twijfel de geweldigste minnaar die ik ooit heb gekend,' zei Kathleen zus-en-zo, een kennisje van iemand van de sportschool. 'Poul met een O en een U. Het is een Deense naam, geloof ik.'
Jennifer kraste 'Pol' door en schreef in blokletters 'P O U L'. Grappig, ze had al een eerder een Poul gehad.
'Zijn handen. Hij was zó goed met zijn handen.'
Dat was toevallig, was Poul nummer één ook niet goed met zijn handen geweest?
'Het was heel banaal.' ging Kathleen zus-en-zo verder. 'Ik kwam hem op een middag tegen in een café. Hij is schrijver, vertelde hij.'
Café, schrijver... Geen twijfel mogelijk Het moest dezelfde Poul zijn. Meneer kon er wat van, als twee vrouwen hem hun beste minnaar vonden. Jennifer verloor haar interesse. Ze kon moeilijk hem twee keer in het artikel opnemen. Toch maakte ze het interview af. Kathleen kon een verhaal vertellen. Ze zou gewoon het interessantste stuk nemen.

'Poul, met kop en schouders. Hij was zó lief. Wat hij met zijn handen kon doen... Pff, ik krijg het er nog warm van als ik daaraan denk.'
Het was het zeventiende interview. Marja werkte op de PR-afdeling van een literaire uitgeverij. Jennifer kende haar van een zakenborrel. Ze was een leuke vlotte meid met de voeten stevig op de grond. Een hartstikke leuk mens, maar nu bekroop Jennifer opeens een gevoel van onbehagen. 'Poul. Is dat met O-U?'
'Ja! Een leuke naam, hè? Dat zie je niet veel. Ik kwam hem tegen op een of ander schrijversfestival. Het is niet de knapste man ter wereld, maar hij heeft een soort uitstraling.'
Poul! Drie keer Poul! Drie keer dézelfde Poul! Het was niet te geloven. Drie vrouwen die elkaar niet kenden - tenminste, Jennifer dacht van niet - hadden hem bovenaan hun lijst van minnaars staan. Het was gewoonweg niet te geloven.
'Maar waarom is hij nummer één?' vroeg Jennifer zich hardop af.
Marja maakte een hulpeloos gebaar. 'Het is moeilijk uit te leggen. Hij is... Hij is heel teder. Hij voelt gewoon precies aan wat hij moet doen.'
'O? Vertel eens?'
'Nou, eh... We waren wat aan het vrijen, en op een gegeven moment vroeg hij of ik midden op het bed wilde zitten. Ik een beetje giechelen, en ik wilde weten wat we gingen doen, maar hij zei dat ik het wel zou zien. Nou, zo gezegd, zo gedaan. Hij ging achter mij zitten en sloeg voorzichtig zijn benen om mij heen. Zo zaten we achter elkaar.'
'Als lepeltjes.'
'Ja, als lepeltjes. En toen begon hij mijn rug te masseren.'
'Te masseren?' Het klonk Jennifer nogal als een anticlimax in haar oren.
'Ja, masseren. Nou geef ik normaal daar niet erg veel om. Ik kan zelfs niet tegen kietelen. Maar de manier waarop hij het deed. Ik... Volgens mij was het een of andere geheime Indiase massage of zo. Ik kan het niet beschrijven, maar het was de beste seksuele ervaring die ik ooit heb gehad.'
'Een massage?' Bij de andere interviews had ze niet doorgevraagd. Jennifer had aangenomen dat het uiteindelijk gewoon seks was geweest. Alleen een massage klonk zo... zo onaf. 'Was er dan geen gemeenschap?' Het was een rotwoord - net alsof ze bij een biologieles zaten - maar de alternatieven waren niet beter. Hoi, heb je lekker met hem geneukt?
'O ja, dat deden we daarna. Maar dat was meer een soort achterafje. Plezierig genoeg hoor, maar die hánden! Pfff. Ik kan je verzekeren dat die meer dan genoeg waren. Ik was zelfs een paar seconden buiten westen denk ik.'
'Zie je die Poul nog wel eens?' wilde Jennifer weten.
'Nee. Nou ja, ik kom hem wel eens tegen in de stad. Hij heeft een stamcafé waar hij 's ochtends koffie drinkt - een typische grachtengordelschrijver. Maar we hebben nooit meer gevreeën. Hij zei dat hij altijd maar één keer met een vrouw sliep. Arrogant, maar hij is daar niet vanaf te brengen. Ontzettend jammer, want het was de allerbeste vrijpartij die ik ooit van mijn leven heb meegemaakt.'

Het viel bijna tegen hoe ontzettend gemakkelijk het was. Aan een klein tafeltje in het café zat een man die aan de beschrijving voldeed die Jennifer slim van Marja had losgekregen. Voor hem op tafel stond een kop koffie en lag het Parool. Hij droeg een donkere broek en jasje, en een lichtblauw overhemd dat zo te zien al een paar dagen oud was.
'Poul?' probeerde Jennifer.
De man keek op en glimlachte. Hij had een beetje hoekig gezicht met een strakke kaak en onderzoekende ogen. Niet oerlelijk, maar nou ook niet bepaald type Hollywood. Toch zat er wat in zijn houding, of zijn bewegingen, dacht Jennifer.
'Zeker. Hoi, ik ken je niet.'
Jennifer stelde zich voor. 'Ik ben bezig met een artikel over schrijvers die nog moeten debuteren. Ik heb je naam gekregen van Manja Denner. Vind je het erg als ik je even interview?'
'Natuurlijk niet! Ga zitten! Wil je wat drinken?'
'Een cappuccino graag.'
Een uurtje later lagen ze in bed.

Zijn handen rustten op haar schouders, zijn duimen drukten zachtjes tegen haar nek. Hij had warme, sterke handen. Maar dat mocht ook wel. Hij had genoeg oefening gehad met alle vrouwen die hij tot een orgasme had gemasseerd!
'Ontspan je maar,' zei Poul. 'Diep adem halen, en dan langzaam je longen leeg laten lopen.'
Jennifer probeerde zijn raad op te volgen en gebruikte een ademhalingsoefening die ze op yoga had geleerd. Ze wist echter dat het nauwelijks werkte. Ze was gewoonweg té gespannen. Plots twijfelde ze of ze niet iets ontzettend stoms aan het doen was. De beste minnaar aller tijden was allemaal wel leuk en aardig, maar ze kende Poul maar net en om dan meteen... Onzin, vertelde Jennifer zichzelf. Ze had A gezegd, en zou nu ook B zeggen. Bovendien was ze gewoonweg nieuwsgierig. Laat maar komen!
Alsof ze op haar beslissing hadden gewacht, kwamen de handen in beweging. Eén gleed langzaam maar krachtig met de palm over haar schouderbladen. Van de andere beschreven de vingertoppen een lange S over heel haar rug naar haar billen toe. Een rilling trok door Jennifer heen.
'Werk je met de Tantristische chakras?' vroeg ze. 'Ik heb er eens een artikel over gelezen, en-'
'Sssh, nee.' Achter haar klonk Pouls stem zacht, hypnotiserend. 'Niet bewegen.'
Zijn handen dansten over haar huid naar elkaar toe. Vliegensvlug, licht als schaatsers. Waar zijn vlees het hare raakte, tintelde ze.
Oké, dit is niet slecht...
Nieuwe bewegingen, nieuwe patronen. Vingers, nagels, palmen, knokkels. Soms hard als hagelstenen, soms zacht als vlindervleugels. Een warme gloed trok langzaam uit Jennifers onderlichaam omhoog.
Oké, dit is helemáal niet slecht... Ze ademde in het ritme dat hij aan haar lichaam ontlokte.
De bewegingen werden langer, intenser. Het voelde alsof hij zijn handen niet meer óver haar rug bewoog, maar ónder haar huid. Elektrisch genot ontsnapte aan zijn vingertoppen en schoot door haar lichaam.
Jennifer kneep haar ogen dicht en klemde haar tanden op elkaar op het niet uit te schreeuwen. Haar handen begroeven zich in de lakens. Oké, oké, oké, oké, oké, oké...
Bliksemflitsen raasden door haar ruggegraat, haar onderlichaam schokte, haar vlees stoomde. En hij ging maar door. Het waren geen handen meer, geen vingers. Het waren ongenadige brengers van oergenot die maar niet ophielden. Het was hemels, het was duivels. Het was bijna niet te verdragen, maar onmogelijk om te weigeren. Het was een totale overgave.
Diep, dierlijk gekreun ontsnapte aan Jennifers keel.
'Hou je vast, nu komt het,' hoorde ze hem zeggen.
Wat? Er kwam nog meer?
Het kwam als een golf, onstuitbaar, overweldigend. Met een lange schreeuw verdronk Jennifer.

2
De rug van de vrouw in het bed was open van nek tot bil. De ruggegraat en ribben staken grijs naar buiten en hielden de loom pompende longen gevangen. Laag voor laag, huid, onderhuid, spieren, vlees, lag zorgvuldig opengevouwen. In gedachten noemde Poul het altijd een boek, het boek van de ziel. Met zijn handen had hij het boek geopend, haar ontsloten.
Jennifer kreunde zachtjes van extase, diep in trance. Poul hoorde het niet. Hij had enkel oog voor de twee witte uitstulpingen net onder haar schouderbladen. Het waren twee spierknopen, embryonaal nog, maar onmiskenbaar. De pezen nog klein en kort, de witte veertjes niet meer dan dons.
Teder vouwde hij de vleugels uit. Onzeker rustten ze in zijn handen. Ze trilden zachtjes. Eens zouden ze zijn volgroeid.
De man die vrouwen ontsloot, boog zijn hoofd in dank. Hij had zo lang moeten zoeken, hij was zo vaak teleurgesteld.
Na een laatste blik sloot hij de vleugels en schikte ze op de schouderbladen. Zorgvuldig dekte hij ze af en begon het vlees, de spieren en de huid terug te leggen. Hij maakte dezelfde bewegingen, ditmaal om te sluiten. Alles paste in elkaar als een levende legpuzzel: spieren hechtten zich aan botten, huid vloeide over vlees. Aderen sloten, naden verdwenen. Zijn handen gleden terug naar haar schouders, zijn duimen eindigden tegen haar nek. Hij boog zich voorover en blies in haar linkeroor.
'God!' Ze kwam met een schok bij en hapte naar adem. Haar hoofd en haar waren kletsnat. Haar lichaam trilde na. Het verhevene had weer plaatsgemaakt voor het dierlijke.
Poul kuste haar in haar nek en glimlachte. 'Nog niet.'
De oude engel hield de jonge engel in zijn armen en wiegde haar zachtjes.




Troostprijs proza

Ten kastele

Arno Kerkhofs

Ik bevond mij in een ver land, in een vreemde stad. Na een lange wandeling was ik bij een oud kasteel gekomen, dat aan de oever van een kleine rivier gelegen was. Er waren heel wat bezoekers, zag ik. Voortdurend liepen er mensen in en uit. Of woonden er misschien nog mensen in? Nieuwsgierig liep ik over de stenen brug tot bij de houten poort, waarin een kleine deur open stond.
Maar ik aarzelde. 'Kon ik hier zomaar naar binnen? Moest ik entreegeld betalen?'
Achter me kwam een groepje toeristen aan, onder leiding van een vrouwelijke gids. Ik ging opzij staan, zodat ze naar binnen konden. De gids, die halflang geblondeerd haar droeg, glimlachte vriendelijk naar me. Allen gingen achter haar aan naar binnen. Het was een groepje van zo'n twintig, misschien vijfentwintig man. Of moet ik zeggen: vrouwen? De mannen waren veruit in de minderheid.
Een ingeving volgend, sloot ik me als laatste aan, en wandelde mee naar binnen, achter een bevallig heupwiegende brunette in blue jeans en met een kort leren jackje aan. Ze verspreidde een parfum, dat wel wat op patchouli leek, een van de weinige artificiële geuren die mij geen onlustgevoelens bezorgen.
Wij liepen tot op een grote binnenplaats, die uit symmetrische blokken kasseien en gazon bestond. Ik probeerde dichter bij de gids te komen, en iets van haar uitleg mee te pikken. Daartoe moest ik voorbij heel wat lichamen. De meeste ervan hadden een koele, bedaarde gang, en verspreidden aangename geuren: jasmijn, rozenolie, wat vage muskus misschien. Ik meende ook arrowroot en olijfolie te ruiken, naast de meer prozaïsche keukengeuren van look, tijm en salie. Maar in het opgewekte kwekken van de mooie gids klonken geen bekende klanken. Misschien sprak ze Roemeens of Bulgaars, ik weet het niet. Eén keer hoorde ik duidelijk het woord renaissance. Daar moest ik het mee stellen.
Wij verplaatsten ons naar binnen en namen smalle, stenen trappen, langs erkers, inspringingen en boogvenstertjes. Ik liep nu tussen twee vrouwen in, die met mekaar spraken, alsof ik er niet was. Zachte, zalvende klanken, een oergevoel van vrede en geborgenheid. Als zovele jonge vrouwen van nu droeg zij die voor me was haar spannende bilpartijen in een iets te korte broek, zodat ik bij elke trap iets van het blauwe gekante onderbroekje te zien kreeg, en zelfs iets als een vermoeden van de schaduw van een bilspleet. Telkens viel haar jasje er weer overheen, en telkens wipte het weer omhoog, zodat ik de met blond dons beschenen rug te zien kreeg. 'Ze doen het erom', dacht ik, kan ik het helpen dat ik de aanzet van een stijve krijg? Om helemaal eerlijk te zijn: ik had vanochtend mijn slip, die ik toch niet meer schoon kreeg, bij de rivier laten liggen. Mijn bengelorganen hadden dus iets meer speelruimte, dan in onze cultuur gebruikelijk is.
Wij stapten verder, en bleven staan, en stapten verder. Niemand scheen aanstoot te nemen aan mijn aanwezigheid. Ik bewoog me als in een droom tussen een aantal volwassen lichamen, waarvan de meeste vrouwelijk en sensueel waren. Ik voelde me alsof ik nooit in mijn leven wat anders gedaan had.
Er stonden in het kasteel ook beelden van imposante naakten uitgestald, zag ik nu, antieke dames met volronde borsten en gladde schaamheuvels boven glimmende dijen. Maar ik kon het niet laten naar het levende vlees om mij heen te kijken: ravenzwarte haren, halskettinkjes, zachtjes welvende bustes, atletische buiken boven flinke venusdelta's, lange benen in soepele leren laarsjes gestoken. Welke beeldhouwer kon het bewegende van het leven vatten, het warme, het stralende? Armzalig zijn alle niet-bewegende kunsten, dacht ik; en zelfs de bewegende vermochten nooit de essentie te vangen. Ik keek mijn ogen uit, liet mijn neusgaten kittelen, en had af en toe zelfs het onuitspreekbaar genot van een hand die langs mijn been streek, of een schouder die de mijne raakte. Ik zocht deze contacten niet op. Maar ik trok mij ook niet terug, als zij zich voordeden...
Stilaan kwam ik in een stemming van algehele erotische opwinding. Hier, onder deze gewelven, in deze ruimtes van steen, hadden ooit jonge mannen en vrouwen geleefd. Zij hadden mekaar liefgehad, nieuw leven verwekt. Nu waren zij heengegaan. Kon er hier nog nieuwe liefde ontstaan, konden bezoekers van deze tijd hier nog tot versmelting komen? Of was alle liefde nu dood, mythisch, ingekaderd, geschiedenis?
Plots keken alle vrouwen naar mij. De mannen zag ik niet meer. De lieve gids keek me heel open en afwachtend aan. Wellicht had ze mij een vraag gesteld?
Ik wist mij geen houding te geven. Maar de stilte bleef aanhouden, werd verschrikkelijk. Ten einde raad begon ik met het opzeggen van een middeleeuws gedicht in het Engels, dat ik nog op school geleerd had. Ik droeg de verzen helder en duidelijk voor, en zorgde ervoor dat het ritme en de klanken pasten bij de haast sacrale ruimte, en bij de vele vrouwen in de groep. Voordragen is altijd zo'n beetje mijn dada geweest.
Toen ik uitgesproken was, ontstond er een voorzichtig zuchten, een gehijg van instemming. Ik had halvelings een applausje verwacht, maar dat bleef uit.
Terwijl we helemaal naar boven in de toren stapten, over uitgesleten treden, omsloot de groep mij vaster en vaster. De aanrakingen deden zich nu vaker voor. Af en toe ontblootte iemand zijn tanden, en blies me vriendelijk haar hete adem in het gezicht. De gids duwde de met smeedijzer versierde deur van de zolderkamer open.
Er stonden daar eeuwenoude foltertoestellen, zag ik, er waren kettingen met ringen, een vermolmde kleine guillotine, wat al meer. Er hing een geur van jaren, die stof bevatte, maar ook een onmiskenbare opwinding in zich borg. Het zonlicht viel in smalle bundels naar binnen, en bevatte de dans van duizenden kleine deeltjes materie. Ik kreeg het gevoel, dat alles nu mogelijk was. Alles, van het meest verschrikkelijke, tot het meest sublieme.
De vrouwen trokken langzaam en voorzichtig hun jasjes uit, en legden die op de houten plankieren. Ik zag geen man meer, dus ik was de enige man in dit gezelschap. Alle vrouwen gingen op hun jasje zitten. Ze deden hun rugzakjes open, die blauw en bordeaux waren, en begonnen toen doodgemoedereerd aan een picknick. Mijn buurvrouw bood me een broodje aan, en een sinaassapje in een kartonnetje. Bedremmeld legde ik mijn jas over mijn schaamstreek, waar ik, zonder het helemaal goed gevoeld te hebben, mijn levenssap verschoten had, toen wij de donkere zolderruimte betraden. Boven ons klonk het geroekoe van tortels. Hun uitwerpseltjes hadden de vloer abstract bespikkeld.
Nu zag ik ook de mannen weer. Het waren er drie, en zij vielen niet op. Ook zij waren, evenals ik, zo volledig mogelijk opgegaan in de vrouwengroep. Misschien waren het zelf buitenstaanders en indringers?
Op deze vraag kreeg ik evenwel nooit antwoord. Na de picknick begaf de hele groep zich weer naar beneden, en begaf zich resoluut naar de uitgang. Eenmaal buiten, viel het gezelschap al snel uiteen in afzonderlijke individuen. Allen verspreidden zich, in even zovele richtingen. Ik zocht nog aansluiting bij de mooiste der vrouwen, maar zij deden of zij mij niet kenden.
En dat was ook zo. Zij kenden mij niet.


***


Van de ingezonden verhalen werd een voorselectie gemaakt door Elly Woltjes en Yves Joris. Uit de ontvangen gedichten maakten Hans Hamburger en Annette van de Bosch een selectie. Uit beide selecties kozen alle redacteuren en vaste medewerkers van Meander de twee hoofdprijzen en de vier troostprijzen.
De auteurs van het winnende verhaal en het winnende gedicht krijgen elk 60 euro. De winnaars van de troostprijzen proza krijgen elk een boekenbon van tien euro en de winnaars van de troostprijzen poëzie elk een dichtbundel.
We danken alle inzenders voor hun bijdrage!




Colofon


Site: meander.italics.net

E-mailadres: info@meander.italics.net

Redactie:
Adelheid Bekaert, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Vincent Scholze, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Edith de Gilde, Rutger H. Cornets de Groot, Peter Jongsma, Bert van Weenen.

De gedichten worden beoordeeld door: Annette van der Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Joop Leibbrand en Vincent Scholze.
De verhalen worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan meander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan meander-request@lists.nl met als onderwerp: unsubscribe

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant




Zoek
naar